Lipiden Screening
HDL, LDL, totaal cholesterol en triglyceriden — je cholesterol verbetert vaak flink tijdens het afvallen. Deze meting maakt het zichtbaar.
Je HDL-cholesterol vertelt je hoeveel cholesterol er zit in de deeltjes die cholesterol terugbrengen naar je lever, en in een afvaltraject is het de waarde die je het makkelijkst verkeerd leest. De normaalwaarde van HDL is een risicogrens en geen streefgetal: onder 1,04 mmol/l hoort bij een hoger risico op hart- en vaatziekten, boven 1,55 bij een laag risico, en dat geldt voor mannen en vrouwen gelijk. HDL zegt vooral iets over je stofwisseling. Tijdens actief gewichtsverlies beweegt je HDL vaak nauwelijks, terwijl je triglyceriden al flink zakken, en pas als je gewicht een tijd stabiel is komt je HDL omhoog. Een stilstaand HDL na drie maanden is dus geen slecht teken.
Beoordeling door arts inbegrepen
| Uitslag | Waarde (mmol/l) |
|---|---|
| Hoger risico | < 1,04 |
| Matig risico | 1,04–1,55 |
| Laag risico | ≥ 1,55 |
Deze grenzen gelden voor iedereen; de NVKC maakt geen onderscheid tussen mannen en vrouwen. Het zijn risicogrenzen, geen normaalwaarden: een HDL onder 1,04 mmol/l gaat samen met een hoger risico op hart- en vaatziekten. Let op: hoger is niet onbeperkt beter. Bij zeer hoge HDL-waarden neemt de sterfte weer toe: bij mannen vanaf ongeveer 2,5 mmol/l en bij vrouwen pas vanaf ongeveer 3,5 mmol/l. De laagste sterfte werd gezien rond 1,9 mmol/l (mannen) en 2,4 mmol/l (vrouwen) (Madsen, Eur Heart J 2017). De NHG-Standaard CVRM stelt zelf geen streefwaarde voor HDL. Bespreek uw uitslag met uw huisarts.
Bron: NVKC Referentiepopulatie: Nederlandse volwassenen (NVKC, geen onderscheid man/vrouw)
Referentiewaarden kunnen variëren tussen laboratoria. Wanneer u een test bestelt, beoordeelt een BIG-geregistreerde arts uw persoonlijke resultaten in context. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.
Cholesterol kan niet los door je bloed reizen, dus het zit verpakt in lipoproteïnen: bolletjes met een vetkern en een eiwitmantel. HDL is de kleinste en dichtste soort van die bolletjes. De bepaling telt niet hoeveel HDL-deeltjes je hebt, maar meet hoeveel cholesterol erin zit, in millimol per liter (mmol/l). Je leest dus de vracht af en niet het aantal wagens, en dat verklaart waarom dit getal minder zegt dan de bijnaam goed cholesterol suggereert.
De HDL-normaalwaarden op je uitslag zien er anders uit dan bij de rest van je lipiden. Bij LDL en triglyceriden staat er een bovengrens waar je onder wilt blijven. Bij HDL werkt het andersom, en de grenzen op deze pagina zijn de risicogrenzen van de NVKC, de Nederlandse vereniging van klinisch chemici: onder 1,04 mmol/l hoort bij een hoger risico op hart- en vaatziekten, van 1,04 tot 1,55 bij een matig risico en boven 1,55 bij een laag risico. Ze gelden voor mannen en vrouwen gelijk, al zitten vrouwen door oestrogeen van nature gemiddeld 0,2 tot 0,3 mmol/l hoger. Het lab drukt op je uitslag zijn eigen bereik af, bij ons 0,9 tot 1,7 mmol/l. Een streefwaarde waar je naartoe zou moeten werken bestaat er niet, en dat is een bewuste keuze: niemand heeft kunnen aantonen dat HDL verhogen je risico verlaagt.
De waarde die je HDL het sterkst bepaalt, staat er meestal vlak boven of onder: je triglyceriden. Die twee bewegen tegengesteld. Een transporteiwit ruilt cholesterol uit je HDL-deeltjes tegen triglyceriden uit de vetrijke deeltjes, en het volgeladen HDL-deeltje wordt daarna sneller opgeruimd. Hoe hoger je triglyceriden, hoe lager je HDL, vrijwel automatisch. Bij overgewicht en verminderde insulinegevoeligheid zijn die triglyceriden verhoogd, en dat is meestal de hele verklaring voor een laag HDL. Nuchter prikken hoeft niet voor HDL, maar wel voor je triglyceriden als je het volledige beeld wilt, want die stijgen na het eten flink en vertekenen dan je berekende LDL.
Als je afvalt en je bloedwaarden volgt, is HDL de waarde die je het makkelijkst verkeerd interpreteert. Niet omdat hij ingewikkeld is, maar omdat hij traag is en uit de pas loopt met de rest van je panel.
Je triglyceriden bewegen eerst, je HDL veel later. Bij gewichtsverlies dalen triglyceriden snel en fors; dat is doorgaans de eerste zichtbare verbetering in je lipiden. Je HDL doet in diezelfde periode vaak niets, of zakt zelfs een beetje. Dat voelt tegenstrijdig, maar het is een bekend en goed beschreven patroon: tijdens actief gewichtsverlies blijft HDL vlak of daalt hij licht, en pas nadat je gewicht een tijd stabiel is, komt hij omhoog. Wie op drie maanden meet en een stilstaand HDL ziet, kijkt dus naar een normaal verloop en niet naar een mislukking.
Wat dat betekent voor je meetmomenten: meet je in de actieve fase, gebruik dan je triglyceriden, je HbA1c en je nuchtere glucose als de waarden die je voortgang laten zien. Je HDL beoordeel je pas goed als je gewicht enkele weken stabiel is. Vergelijk bovendien altijd met je eigen nulmeting en niet alleen met de grens: een stijging van 0,1 mmol/l bij jou zegt meer dan de vraag of je precies op 1,04 zit.
En hoger is niet automatisch beter. Dit is de nuance die bijna nergens staat. Het verband tussen HDL en de totale sterfte is U-vormig: in een Deens onderzoek onder ruim 116.000 mensen lag de laagste sterfte rond 1,9 mmol/l bij mannen en 2,4 mmol/l bij vrouwen, en daarboven liep zij weer op, bij mannen vanaf ongeveer 2,5 en bij vrouwen vanaf ongeveer 3,5. Daar komt bij dat medicijnen die HDL met tientallen procenten verhoogden, geen hartinfarcten voorkwamen, en de huisartsenstandaard daarom geen streefwaarde voor HDL stelt. HDL is dus een meter van je metabole toestand en geen knop waar je aan draait.
Wil je weten of je risicoprofiel echt verbetert, kijk dan naar je LDL, je non-HDL-cholesterol en je ApoB. Die vertellen je hoeveel risicodragende deeltjes er circuleren, en dat is precies wat je HDL niet doet.
Voor deze bepalingen hoef je niets speciaals te doen.
Nuchter zijn hoeft niet
Goed om te wetenVoor deze waarden maakt eten vooraf weinig uit. Je mag gewoon ontbijten.
HDL hoort in een volledig lipidenprofiel, samen met totaal cholesterol, LDL en triglyceriden. Losgeprikt is de waarde niet te duiden, en juist de verhouding tot je triglyceriden maakt hem leesbaar. Voor HDL hoef je niet nuchter te zijn, voor het volledige lipidenprofiel wel, want je triglyceriden stijgen na het eten flink en blazen daarmee je berekende LDL op.
De timing die er in een afvaltraject echt toe doet, is deze. Laat een nulmeting doen vóór je begint, want zonder uitgangswaarde is elke latere uitslag onvergelijkbaar. Meet daarna op vaste momenten in plaats van wanneer je nieuwsgierig bent, zodat je verandering ziet en geen ruis. En beoordeel je HDL pas serieus als je gewicht enkele weken stabiel is: in de actieve afvalfase beweegt hij nauwelijks, en dat zegt niets over hoe het gaat. Stel het prikken uit tot enkele weken na een infectie of een operatie, want dan zakt je hele lipidenprofiel tijdelijk weg en ziet je uitslag er gunstiger uit dan je gewone situatie.
Wat je HDL door de fasen van een traject doet, is voorspelbaar. Je nulmeting is je uitgangswaarde, waar je alles mee vergelijkt. Tijdens actief afvallen blijft hij gelijk of daalt hij licht; dat is normaal, en in die fase kijk je naar je triglyceriden. Is je gewicht enkele weken stabiel, dan komt hij langzaam omhoog en is hij pas te beoordelen. Dalende triglyceriden zijn je vroege signaal, en het HDL volgt met vertraging. Alcohol laat hem stijgen zonder gezondheidswinst, en roken laat hem dalen, met herstel na stoppen. Eén meting is een momentopname; laat een afwijkende waarde herhalen voordat je er iets uit concludeert.
Een laag HDL merk je nergens aan. Het geeft geen klachten, kost je geen energie en er is geen symptoom dat je erop zou wijzen. Je komt het alleen tegen op een uitslag, en laag betekent daar onder 1,04 mmol/l, de grens waaronder de NVKC van een hoger risico op hart- en vaatziekten spreekt, voor mannen en vrouwen gelijk.
Wat er wel omheen staat, is het interessante deel. Een laag HDL komt zelden alleen: het hoort bij hogere triglyceriden, meer vet rond je buik, een nuchtere glucose aan de hoge kant en vaak een verhoogde bloeddruk. Dat is een metabool patroon, en het is precies het patroon dat verbetert als je gewicht verliest. Je HDL is daarin alleen de traagste meter.
En nog iets dat je kan geruststellen: als je HDL laag blijft terwijl je triglyceriden zakken en je HbA1c verbetert, gaat het de goede kant op en loopt je HDL gewoon achter. Bespreek een aanhoudend lage waarde met een arts, samen met de rest van je panel. Een laag HDL stelt op zichzelf geen diagnose en zegt niets over de toestand van je bloedvaten.
Van een hoog HDL merk je net zo min iets; er hoort geen klacht bij.
Het vervelende is dat een hoge waarde vaak wordt gelezen als bewijs dat het goed gaat, terwijl de gewone oorzaken daar niets mee te maken hebben. Alcohol verhoogt HDL, oestrogeen in de vorm van de pil of hormoontherapie verhoogt het, en sommige mensen hebben een erfelijke variant waardoor hun HDL-deeltjes hun cholesterol slechter afstaan. Geen van die drie betekent dat je stofwisseling beter is geworden.
Ga je hoog genoeg, dan slaat het patroon zelfs om. In een groot Deens bevolkingsonderzoek lag de laagste sterfte rond 1,9 mmol/l bij mannen en 2,4 mmol/l bij vrouwen, en daarboven lag de sterfte hoger, bij mannen vanaf ongeveer 2,5 mmol/l en bij vrouwen vanaf ongeveer 3,5. Meer is dus niet beter, hoe vreemd dat ook klinkt bij een waarde die goed cholesterol heet. In een afvaltraject is dit vooral een reden om je niet blind te staren op dit ene getal: een HDL dat stijgt terwijl je gewicht daalt en je triglyceriden zakken, past bij een verbeterende stofwisseling, en een HDL dat op zichzelf hoog is zonder dat de rest meebeweegt, zegt weinig. Bespreek een sterk verhoogde waarde met een arts, samen met hoeveel je drinkt en welke medicijnen je gebruikt.
Laag HDL verhoogt cardiovasculair risico. Overweeg meer beweging en gezonde vetten.
Hoog HDL is beschermend en gunstig voor hartgezondheid.
Laag HDL verhoogt cardiovasculair risico. Overweeg meer beweging en gezonde vetten.
Hoog HDL is beschermend en gunstig voor hartgezondheid.
Het eerlijke antwoord eerst: je HDL rechtstreeks omhoog krijgen is geen zinvol doel. Medicijnen die dat met tientallen procenten deden, verlaagden het aantal hartinfarcten niet. Je HDL is een meter van je metabole toestand, dus werk aan die toestand en laat het getal volgen.
Wat aantoonbaar werkt, en in welke volgorde je het terugziet. Gewichtsverlies komt eerst, maar met geduld voor deze waarde: minder vet rond je organen verbetert je insulinegevoeligheid en verlaagt je triglyceriden, en je HDL komt daarna, pas als je gewicht een tijd stabiel is. Minder snelle koolhydraten en minder alcohol zijn de snelste route naar lagere triglyceriden, en omdat HDL de andere kant op beweegt, ook de route naar een hoger HDL. Stoppen met roken verlaagt je risico het meest van alles en laat je HDL herstellen. Duurinspanning zoals wandelen, fietsen of zwemmen verhoogt HDL echt maar bescheiden, ongeveer 0,05 tot 0,1 mmol/l over maanden, waarbij de duur per keer zwaarder telt dan de intensiteit. En genoeg eiwit en krachttraining tijdens het afvallen verhogen je HDL niet rechtstreeks, maar helpen je spiermassa te behouden, wat je insulinegevoeligheid op peil houdt terwijl je afvalt.
Niet doen: alcohol drinken omdat het je HDL verhoogt, want dat effect is echt maar je wordt er niet gezonder van. En pas nooit zelf je medicatie aan op grond van een HDL-uitslag, of het nu om cholesterolverlagers of om afvalmedicatie gaat. Neem je uitslag mee naar je arts en bespreek hem in het geheel.
Bij HDL is de normaalwaarde een risicogrens en geen streefgetal. De NVKC hanteert onder 1,04 mmol/l als hoger risico op hart- en vaatziekten, van 1,04 tot 1,55 als matig risico en boven 1,55 als laag risico, voor mannen en vrouwen gelijk; vrouwen zitten door oestrogeen wel gemiddeld wat hoger. Het lab drukt op je uitslag zijn eigen bereik af, bij ons 0,9 tot 1,7 mmol/l. Een streefwaarde ontbreekt bewust, omdat niet is aangetoond dat een hoger HDL je risico verlaagt.
Uiteindelijk wel, maar niet meteen. Tijdens actief gewichtsverlies blijft HDL vaak gelijk of zakt hij zelfs licht, en pas als je gewicht een aantal weken stabiel is, komt de waarde omhoog. Je triglyceriden reageren veel eerder en veel sterker. Meet je halverwege een traject, gebruik dan je triglyceriden als graadmeter en niet je HDL.
Een nulmeting voor je begint, en daarna op vaste momenten in plaats van wanneer je benieuwd bent. Vaker prikken levert vooral ruis op, omdat een verschil van een tiende mmol/l binnen de normale variatie valt. Beoordeel je HDL pas echt als je gewicht een tijd stabiel is; in de actieve fase zegt de waarde weinig over je voortgang.
Ja, dat is het normale patroon. Triglyceriden reageren snel op minder calorieën, minder alcohol en minder snelle koolhydraten. HDL is de trage helft van hetzelfde mechanisme: de waarde komt pas omhoog nadat je gewicht is gestabiliseerd. Dalende triglyceriden bij een gelijkblijvend HDL is dus een goed teken en geen reden om iets aan te passen.
Dat kan. Tijdens een periode van fors gewichtsverlies is een licht dalend HDL beschreven, waarna de waarde stijgt zodra het gewicht stabiliseert. Het is dus een tijdelijk verloop en geen verslechtering van je risicoprofiel, zeker niet als je triglyceriden, je glucose en je HbA1c in diezelfde periode verbeteren. Beoordeel het geheel en niet dit ene getal.
HDL hoort in een volledig lipidenprofiel met totaal cholesterol, LDL en triglyceriden. In een metabole controle staan daar meestal nuchtere glucose en HbA1c naast, omdat die samen met je triglyceriden je insulinegevoeligheid weerspiegelen. Wil je weten hoeveel risicodragende deeltjes er circuleren, dan zijn non-HDL-cholesterol en ApoB daarvoor de aangewezen waarden.
Dat hangt vooral af van je gewicht en je leefstijl daarna en niet van het medicijn zelf. De verbetering in je lipiden hoort bij het gewichtsverlies en bij de betere insulinegevoeligheid die daarmee komt. Komt het gewicht terug, dan bewegen je triglyceriden en je HDL meestal mee terug. Bespreek stoppen altijd met de arts die de behandeling begeleidt.
Deze marker is opgenomen in de volgende testpanelen.
HDL, LDL, totaal cholesterol en triglyceriden — je cholesterol verbetert vaak flink tijdens het afvallen. Deze meting maakt het zichtbaar.
De veiligheids- en voortgangscontrole die klinieken na 3 maanden doen: pancreas, lever, nieren, zouten en je metabole voortgang op GLP-1-medicatie.
De halfjaarlijkse meting: alles uit de controle plus insuline, ApoB en je voedingsstoffen — juist belangrijk als je al langere tijd veel minder eet.
Je startpunt vóór je eerste injectie: bloedsuiker, cholesterol, pancreas, lever, nieren, schildklier en voedingsstoffen in één meting.
Medisch adviseur
Dr. Naimi ziet toe op de medische standaarden achter onze content en beoordelingen.
Medisch beleidBeoordeling door arts inbegrepen
Elk resultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.
HDL Cholesterol
€11,-
We gebruiken cookies om het sitegebruik te analyseren en de effectiviteit van advertenties te meten. Privacybeleid