GLP-1 nulmeting
Je startpunt vóór je eerste injectie: bloedsuiker, cholesterol, pancreas, lever, nieren, schildklier en voedingsstoffen in één meting.
Lp(a), lipoproteïne(a), is een LDL-deeltje met een extra eiwit, apolipoproteïne(a), dat je levercellen aanmaken; volgens de European Atherosclerosis Society (EAS) wordt Lp(a) ook vooral in de lever afgebroken. Lp(a) vervoert cholesterol door je bloed, net als LDL.
Bij een hoge Lp(a) stijgt het risico op hart- en vaatziekten volgens de EAS geleidelijk mee, en meer dan 90% van de verschillen in Lp(a) tussen mensen komt volgens de EAS uit het LPA-gen. Welk Lp(a)-gehalte je hebt, blijkt alleen uit een bloedtest.
Star-SHL drukt Lp(a) uit in nanomol per liter (nmol/l) en geeft < 75 nmol/l als referentiewaarde. Tussen mensen loopt Lp(a) volgens de EAS uiteen van minder dan 0,2 tot 750 nmol/L.
Beoordeling door arts inbegrepen
Lp(a) is een vetdeeltje waarvan de hoogte grotendeels erfelijk vastligt. Laboratoria rapporteren het in nmol/l of mg/l, dus een uitslag is alleen te vergelijken met de grens van het laboratorium dat hem mat.
| Uitslag | Waarde (g/l) |
|---|---|
| Normaal | < 0,3 |
| Grenswaarde | 0,3–0,5 |
| Verhoogd | ≥ 0,5 |
Lp(a) is grotendeels erfelijk bepaald en blijft levenslang vrijwel constant. Het risico stijgt geleidelijk met de waarde; de EAS benadrukt dat er geen biologische drempel is. De NHG-Standaard CVRM hanteert > 50 mg/dl (0,50 g/l, 80e percentiel) als afkapwaarde en adviseert géén screening van de algemene bevolking. Sommige laboratoria hanteren een strengere bovengrens (0,3 g/l), die overeenkomt met de EAS-ondergrens van het grijze gebied.
Bron: Nederlands Huisartsen Genootschap Referentiepopulatie: Volwassenen (NHG-Standaard CVRM; EAS 2022)
Bron: European Atherosclerosis Society Referentiepopulatie: Volwassenen (NHG-Standaard CVRM; EAS 2022)
Referentiewaarden kunnen variëren tussen laboratoria. Wanneer u een test bestelt, beoordeelt een BIG-geregistreerde arts uw persoonlijke resultaten in context. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.
De bovengrens loopt van 60 nmol/l bij Unilabs tot 75 nmol/l bij Star-shl.
| Laboratorium | Groep | Referentiewaarde (nmol/l) | Verhouding op schaal |
|---|---|---|---|
| Star-shl | · Iedereen · een grens, geen bereik | < 75 nmol/l |
75
|
| Unilabs | · Iedereen · een grens, geen bereik | < 60 nmol/l |
60
|
| Unilabs | · Iedereen · grijs gebied voor hart- en vaatziekte | 75–125 nmol/l |
75 125
|
| Unilabs | · Iedereen · een grens, geen bereik · verhoogd risico op hart- en vaatziekte | > 125 nmol/l |
125
|
| Certe | · Iedereen · 18 jaar en ouder · een grens, geen bereik | < 500 mg/L mg/L | |
| Certe | · Iedereen · grijs gebied | 300–500 mg/L mg/L | |
| Certe | · Iedereen · een grens, geen bereik · hoog risico | > 500 mg/L mg/L | |
| Diagnostiek voor U | · Iedereen · een grens, geen bereik | < 75 nmol/L |
75
|
Bron: Star-shl
Bron: Unilabs
Bron: Certe
Bron: Diagnostiek voor U
Elke waarde zoals het laboratorium die zelf publiceert, opgehaald in 2026.
Een Lp(a)-meting telt hoeveel lipoproteïne(a) er in je serum zit, bij Star-SHL in nanomol per liter. Volgens de EAS verklaart het aantal Kringle-IV-herhalingen in het LPA-gen ongeveer 30 tot 70% van de verschillen tussen mensen, en minder dan 23 herhalingen geeft kleine apo(a)-vormen en een duidelijk hogere Lp(a).
Het verband tussen Lp(a) en hart- en vaatziekten is volgens de EAS oorzakelijk en geldt bij verschillende afkomsten, met een risico dat geleidelijk oploopt met de waarde.
De EAS-consensus van 2022 wil Lp(a) bij iedere volwassene minstens één keer gemeten zien, liefst samen met het eerste lipidenprofiel. De Nederlandse richtlijn erfelijke dyslipidemie vindt screening van de hele bevolking niet gerechtvaardigd, en noemt onder meer familiaire hypercholesterolemie (FH), erfelijk hoog cholesterol, als reden om een meting te overwegen.
Een slechter werkende lever verlaagt Lp(a) volgens de EAS, afhankelijk van de oorzaak, en onder 75 nmol/l valt Lp(a) bij Star-SHL binnen de referentiewaarde.
Een hoge Lp(a) kan volgens de EAS bij een verminderde nierfunctie voorkomen: bij het nefrotisch syndroom, een nierziekte met veel eiwitverlies in de urine, is Lp(a) 3 tot 5 keer zo hoog als bij mensen zonder die ziekte.
Verminderde leverfunctie
Lp(a) wordt in de lever gemaakt, dus een slechter werkende lever kan de waarde verlagen.
Te snel werkende schildklier
Een te snelle schildklier kan Lp(a) verlagen; na behandeling stijgt de waarde met 20 tot 25 procent.
Hormoonbehandeling na de overgang
Hormoonvervangende therapie na de overgang verlaagt Lp(a) met ongeveer 25 procent.
Ernstige acute ziekte
Bij levensbedreigende toestanden zoals sepsis of zware brandwonden is Lp(a) lager.
Erfelijke aanleg
Aangenomen wordt dat de hoogte van Lp(a) vooral genetisch vastligt en vanaf volwassen leeftijd nauwelijks verandert.
Nierziekte
Een verminderde nierfunctie kan Lp(a) verhogen, en bij het nefrotisch syndroom is de waarde 3 tot 5 keer zo hoog.
Zwangerschap
Tijdens een zwangerschap kan Lp(a) verdubbelen.
Te traag werkende schildklier
Een te trage schildklier kan Lp(a) verhogen; behandeling verlaagt de waarde met 5 tot 20 procent.
De EAS wil een hoge Lp(a) gelezen zien binnen het totale risico op hart- en vaatziekten, met een vroege aanpak van de overige risicofactoren via leefstijl. Voeding verschuift Lp(a) volgens de tabel met niet-genetische invloeden van de EAS in beide richtingen, met ongeveer 10 tot 15% omhoog of ongeveer 15% omlaag, afhankelijk van het soort vet in het dieet.
Lp(a) blijft bij vasten gelijk: de EAS noemt geen effect van vasten op de waarde.
Een verminderde nierfunctie kan Lp(a) volgens de EAS verhogen, mogelijk doordat de lever meer Lp(a) aanmaakt als er eiwit verloren gaat via de urine of het dialysevocht, of doordat Lp(a) minder wordt afgebroken.
Een zeer lage Lp(a) gaat volgens een meta-analyse die de EAS aanhaalt samen met een hogere kans op diabetes.
Deze panelen meten waarden uit dezelfde categorie als deze marker.
Je startpunt vóór je eerste injectie: bloedsuiker, cholesterol, pancreas, lever, nieren, schildklier en voedingsstoffen in één meting.
De halfjaarlijkse meting: alles uit de controle plus insuline, ApoB en je voedingsstoffen — juist belangrijk als je al langere tijd veel minder eet.
De veiligheids- en voortgangscontrole die klinieken na 3 maanden doen: pancreas, lever, nieren, zouten en je metabole voortgang op GLP-1-medicatie.
HDL, LDL, totaal cholesterol en triglyceriden — je cholesterol verbetert vaak flink tijdens het afvallen. Deze meting maakt het zichtbaar.
Medisch adviseur
Dr. Naimi ziet toe op de medische standaarden achter onze content en beoordelingen.
Medisch beleidBeoordeling door arts inbegrepen
Elk resultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.
Lp(a)
€36,-
We gebruiken cookies om het sitegebruik te analyseren en de effectiviteit van advertenties te meten. Privacybeleid