Volledig Bloedbeeld
Rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes in één test — een brede blik op je bloed.
Basofielen zijn de zeldzaamste witte bloedcellen in je bloedbeeld. De basofielen waarde ligt bij volwassenen tussen 0 en 0,2 x10⁹/l, ongeacht je gewicht. In een monitoringtraject is dit de waarde die het minst beweegt. Van je nulmeting tot je controle na zes maanden blijft het bereik gelijk. Zijn je basofielen laag of nul, dan is dat normaal en hoef je niets te doen. Verandert er wel iets blijvend, dan ligt de verklaring buiten je traject. Hieronder lees je wat je getal betekent, en welke waarden je voortgang wél laten zien.
Beoordeling door arts inbegrepen
Bekijk de waarde die voor jou geldt:
Kies man of vrouw — dit bereik verschilt per geslacht.
Vul je leeftijd in — dit bereik verandert met de leeftijd.
Dit bereik hangt ook af van bijvoorbeeld cyclusfase of afnamemateriaal; de gemarkeerde rijen gelden voor jouw groep.
Bron: NVKC — Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde Referentiepopulatie: Volwassenen (NVKC)
Referentiewaarden kunnen variëren tussen laboratoria. Wanneer u een test bestelt, beoordeelt een BIG-geregistreerde arts uw persoonlijke resultaten in context. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.
Check je eigen waardeDeze waarde telt je basofiele granulocyten. In je differentiatie staan verschillende soorten witte bloedcellen naast elkaar. Van de vijf typen witte bloedcellen in je differentiatie komt dit type het minst voor.
Je ziet twee getallen. Het percentage is het aandeel binnen je witte bloedcellen. Het absolute getal is het aantal cellen per liter bloed, in miljarden.
Voor volwassenen ligt de basofielen waarde tussen 0 en 0,2 x10⁹/l. Dat komt neer op 0 tot 2 procent van het totaal aantal witte bloedcellen. Je gewicht verandert dat bereik niet.
Dat laatste is voor een traject belangrijker dan het lijkt. Veel waarden schuiven mee terwijl je afvalt. Deze niet: de referentie blijft gelijk, van je nulmeting tot je laatste controle.
De cel bevat histamine en heparine en lijkt op de mestcel in je weefsel. Bij een allergische reactie geeft ze die stoffen af.
De bepaling loopt automatisch mee in je volledige bloedbeeld. Je rode bloedcellen, je hemoglobine en je bloedplaatjes zitten er ook in. Je vraagt basofielen dus niet apart aan.
Eén ding bepaalt hoe je deze uitslag leest. Van alle celtypen telt het apparaat juist deze het minst nauwkeurig. Rond de bovengrens loopt de meetvariatie op tot boven de twintig procent.
In een traject waarin je waarden volgt, is dit de waarde die het minst beweegt. Dat is geen gemis. Het betekent dat je hem snel kunt afvinken en verder kunt kijken.
| Moment in je traject | Wat je van deze waarde mag verwachten |
|---|---|
| Nulmeting | Ergens tussen 0 en 0,2 x10⁹/l. Dit is je vergelijkingspunt |
| Na 3 maanden | Vrijwel hetzelfde. Kleine verschillen zijn meetvariatie |
| Na 6 maanden | Nog steeds hetzelfde bereik, ook bij fors gewichtsverlies |
| Blijvend boven 0,2 x10⁹/l | Niet toe te schrijven aan je traject. Laat je arts kijken |
Vergelijk dat met waarden die wél op je traject reageren. Je HbA1c, je leverwaarden, je triglyceriden en je ferritine schuiven allemaal mee met gewichtsverlies. Basofielen doen dat niet, en dat is precies waarom een verandering hier niet aan het afvallen ligt.
Kom je boven 0,2 x10⁹/l uit? Dat gebeurt weinig. De meest voorkomende oorzaken zijn reactief: langdurige allergische reacties, chronische ontsteking en een traag werkende schildklier. Ook auto-immuunziekten kunnen ermee gepaard gaan.
Die schildklier verdient in dit verband een aparte opmerking. Stagneert je gewichtsverlies terwijl je je aan het plan houdt, dan is een schildkliercontrole zinvol. Niet vanwege je basofielen, maar omdat het de vraag beantwoordt die je op dat moment hebt.
Bij parasitaire infecties stijgt vooral het aantal eosinofiele granulocyten, niet het aantal basofiele.
Blijft een verhoging bestaan zonder verklaring, dan hoort een arts ernaar te kijken. Dat weegt zwaarder als je totaal aantal witte bloedcellen ook verhoogd is. Trek daar zelf geen conclusies uit.
Je laat deze waarde niet los prikken. Hij komt mee met een volledig bloedbeeld met differentiatie.
In een monitoringtraject prik je meestal op vaste momenten. Een nulmeting voordat je begint, een controle rond drie maanden, en daarna elk half jaar. Je basofielen lopen daar automatisch in mee.
Voor deze waarde hoef je geen moment af te wachten. Hij kent geen dagritme en verandert niet met wat je eet. Andere waarden in hetzelfde buisje stellen wel eisen: glucose en triglyceriden wil je nuchter laten prikken. Volg dus de instructie van het hele pakket.
Zie je een verhoging op een controle, plan dan één herhaling na enkele weken. Door de meetvariatie verdwijnt een eenmalige verhoging vaak vanzelf.
Bij een laag of afwezig aantal doe je niets. Dat vraagt geen extra prik en geen extra afspraak.
Geef bij de aanvraag door welke medicatie je gebruikt, ook je GLP-1-medicatie. Je arts weegt dat mee bij het beoordelen van je hele bloedbeeld.
Zijn je basofielen laag, dan merk je daar niets van en is er niets aan de hand. Nul is de ondergrens van normaal, dus 0,0 x10⁹/l hoort erbij. Deze cellen zijn zo zeldzaam dat er in een getelde buis vaak geen enkele zit.
Dat komt vaak voor en heeft niets met afvallen of met je medicatie te maken. Er bestaat geen ziektebeeld dat je op een gewone uitslag herkent aan basofielen laag. Je hoeft er dus niets voor te doen en niets voor te herhalen.
Een verhoogd aantal basofiele granulocyten voel je niet. Wat je merkt, hoort bij de oorzaak eronder. Bij een allergische reactie kun je jeuk, niezen of huiduitslag hebben. Bij een trage schildklier gaat het om moeheid, kouwelijkheid en stagnerend gewichtsverlies.
Dat laatste is in een traject het patroon om op te letten. Bij chronische ontsteking hangen de klachten van de aandoening af. Eén lichte verhoging valt binnen de meetonzekerheid. Blijft de verhoging staan zonder verklaring, leg hem dan voor aan je arts.
Er is geen voeding, beweging of supplement dat deze waarde gericht verandert. Ook gewichtsverlies doet dat niet, hoe goed je traject ook loopt.
Dat maakt deze waarde in je overzicht juist bruikbaar. Hij is een rustpunt tussen de waarden die wél bewegen. Zie je hier iets veranderen, dan komt dat niet door je aanpak.
Wil je toch iets doen aan een verhoging, richt je dan op de oorzaak. Beperk allergische prikkels waar je last van hebt. Zorg voor voldoende slaap, want herstel houdt je afweer in balans.
Stagneert je gewicht terwijl je je aan het plan houdt, laat dan je schildklier nakijken. Doe dat via je arts en niet met jodium of andere vrij verkrijgbare middelen.
Gebruik geen supplementen die beloven je witte bloedcellen te verbeteren. Voor deze waarde bestaat geen middel dat werkt, en er is niets te verbeteren.
Wat wel loont: bewaar al je metingen op één plek. Noteer je basofiele granulocyten samen met je eosinofielen en je totaal aantal witte bloedcellen. Deze waarde wisselt sterk. De lijn over drie metingen is dan het enige dat echt iets zegt.
Dat betekent niets bijzonders. Nul is de ondergrens van het normale bereik, dus basofielen laag of afwezig valt binnen normaal. Deze cellen zijn zo zeldzaam dat ze in een getelde buis vaak ontbreken. Er is geen aandoening die zich op een routine-uitslag als een tekort laat zien. Je hoeft er niets voor te doen.
Er is niet één waarde die dat aanwijst, en geen enkele bloeduitslag kan dit thuis worden beoordeeld. Een arts kijkt naar het complete bloedbeeld tegelijk. Daarbij horen het totaal aantal witte bloedcellen, je hemoglobine en je bloedplaatjes. Ook de verhoudingen in de differentiatie tellen mee. Een aanhoudend verhoogd basofielenaantal is een van de bevindingen die een arts laat doorkijken. Op zichzelf is het geen aanwijzing en zeker geen diagnose.
Nee. Basofielen verlaagd is geen bestaande afwijking, omdat het normale bereik al bij nul begint. Je kunt niet lager zitten dan de ondergrens. Daar komt bij dat het getal rond de meetgrens van het apparaat ligt. Er is dus niets te behandelen en niets te herhalen.
Niet aantoonbaar. Anders dan je HbA1c, je leverwaarden of je triglyceriden reageert deze waarde niet op gewichtsverlies. Kleine verschillen tussen je nulmeting en je controle na drie maanden zijn vrijwel altijd meetvariatie. Zie je een blijvende verandering, dan ligt de verklaring buiten je traject.
Een gangbaar ritme is dit: een nulmeting voor je begint. Daarna een controle rond drie maanden, en vervolgens elk half jaar. Je basofielen lopen daar vanzelf in mee. Vaker prikken levert voor deze waarde niets op. De meetvariatie is groter dan de verandering die je zou willen zien.
HbA1c laat zien hoe je bloedsuiker over weken staat. Je leverwaarden en triglyceriden reageren duidelijk op gewichtsverlies. Ferritine en hemoglobine bewaken je ijzerstatus, wat bij een lagere inname belangrijk wordt. En je schildklierwaarden verklaren stagnatie. Die vier vertellen je veel meer over de voortgang dan je basofielen.
Deze panelen meten waarden uit dezelfde categorie als deze marker.
Rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes in één test — een brede blik op je bloed.
Volledig bloedbeeld, ijzerstatus, vitamine B12 en vitamine D in één panel — wie veel minder eet, krijgt ook minder voedingsstoffen binnen.
Medisch adviseur
Dr. Naimi ziet toe op de medische standaarden achter onze content en beoordelingen.
Medisch beleidBeoordeling door arts inbegrepen
Elk resultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.
We gebruiken cookies om het sitegebruik te analyseren en de effectiviteit van advertenties te meten. Privacybeleid