Schildklier en afvallen hangen samen, maar zwakker dan de meeste mensen aannemen. In een Deense bevolkingsstudie onder 4.082 volwassenen zonder schildklierziekte scheelde het tussen de hoogste en de laagste TSH-groep ongeveer 1,9 kg/m² aan BMI. Bij vrouwen kwam dat neer op zo'n 5,5 kilo lichaamsgewicht.
Dat is meetbaar. Het is iets anders dan een verklaring voor dertig kilo.
Wij merken dat dit verschil pas landt als de uitslag er ligt. De schildklier krijgt jarenlang de schuld, en dan blijkt de TSH gewoon 2,1 te zijn. Hieronder staan acht dingen die meespelen tussen uw schildklier en uw gewicht, met per punt wat bloedonderzoek erover kan zeggen en wat niet.
1. Een trage schildklier verklaart meestal een paar kilo
Een traag werkende schildklier verlaagt het rustmetabolisme en kan zo bijdragen aan gewichtstoename. De omvang daarvan is bescheiden. In de Deense DanThyr-studie ging een hogere TSH samen met een hogere BMI, met ongeveer 1,9 kg/m² verschil tussen de uiterste groepen. Omgerekend gaat het om enkele kilo's.
Dat maakt de schildklier een factor, geen hoofdoorzaak.
Het is een oncomfortabele boodschap, want een schildklierdiagnose voelt als een verklaring waar u niets aan kunt doen. In de praktijk verschuift zo'n uitslag het verhaal zelden zo veel als gehoopt.
2. Een deel van dat gewicht is vocht, geen vet
Bij een trage schildklier houdt het lichaam meer zout en vocht vast. Een deel van de gewichtstoename bestaat daardoor uit water in plaats van vetweefsel. Herstelt de schildklierfunctie, dan verdwijnt dat vocht vaak binnen weken. Op de weegschaal ziet dat eruit als vetverlies, terwijl er iets anders gebeurt.
Dat verklaart waarom de eerste kilo's soms opvallend snel gaan en het daarna stilvalt.
3. TSH is een signaal, geen knop die u kunt bijstellen
TSH komt uit de hypofyse en stuurt de schildklier aan. Het is een terugkoppeling: zit er te weinig schildklierhormoon in het bloed, dan gaat TSH omhoog. Een verhoogde TSH betekent dus meestal dat de schildklier moeite heeft om bij te benen, niet dat de hypofyse iets verkeerd doet.
Daarom zegt TSH pas echt iets in combinatie met vrij T4. TSH alleen laat open of het om een subklinisch beeld gaat of om een uitgesproken tekort.
4. Afvallen verandert uw schildklierwaarden ook
De relatie loopt twee kanten op. Bij fors gewichtsverlies daalt de energie-inname en daalt het leptinegehalte, en dat kan de schildklieras dempen. TSH en vrij T3 kunnen daardoor licht bewegen zonder dat er een schildklierziekte in het spel is.
Een waarde die midden in een streng dieet wordt geprikt, is dus lastiger te duiden dan een waarde bij stabiel gewicht.
Dit is het punt waar wij het vaakst zien misgaan. Iemand prikt in week zes van een GLP-1 traject, ziet een licht afwijkende TSH en concludeert dat er een schildklierprobleem is bijgekomen. Dezelfde bepaling bij stabiel gewicht kan er anders uitzien.
5. Levothyroxine is geen afslankmiddel
Levothyroxine vervangt schildklierhormoon bij een aangetoond tekort. Bij milde, subklinische afwijkingen valt de winst tegen. In de TRUST-studie onder oudere volwassenen met subklinische hypothyreoïdie verbeterden de schildkliergerelateerde klachten en de vermoeidheid niet ten opzichte van placebo.
Voorschrijven en doseren horen thuis bij de arts. Thuisarts beschrijft dat traject stap voor stap, inclusief wat een controle inhoudt.
6. Achter een trage schildklier zit vaak Hashimoto
In Nederland is de auto-immuunziekte van Hashimoto een veelvoorkomende oorzaak van een trage schildklier. Het afweersysteem maakt dan antistoffen tegen schildklierweefsel, waardoor de productie langzaam terugloopt. Anti-TPO is de antistof die daarbij het vaakst wordt bepaald.
Neem twee vrouwen met precies dezelfde TSH van 4,1 mIE/l en een normaal vrij T4. Bij de eerste is anti-TPO negatief. Bij de tweede is hij duidelijk verhoogd.
Zelfde getal, ander verhaal. Bij de tweede is de kans groter dat de waarde de komende jaren verder oploopt, en dat verandert wat een controle over een jaar waard is.
Daarom vinden wij één losse TSH zo weinig zeggen.
7. Dieetklachten en schildklierklachten lijken sterk op elkaar
Moeheid, kouwelijkheid, obstipatie, een droge huid en haaruitval staan in elk rijtje schildklierklachten. Ze staan ook in elk rijtje klachten van een streng dieet. Wie 15 procent van zijn gewicht kwijtraakt, kan die klachten krijgen terwijl de schildklier niets mankeert.
Die overlap is precies waarom een getal soms rust geeft, ook als het normaal is.
Over dezelfde overlap schreven we eerder bij haaruitval tijdens afvallen, waar de schildklier één van de zeven verdachten is.
8. Wat de bijsluiter van GLP-1 middelen over de schildklier zegt
Semaglutide en tirzepatide zijn in dierstudies in verband gebracht met C-celtumoren van de schildklier. Het Farmacotherapeutisch Kompas noemt daarom een persoonlijke of familiaire voorgeschiedenis van medullair schildkliercarcinoom en het MEN 2-syndroom als contra-indicatie.
Of dit bij mensen speelt, is niet aangetoond. De contra-indicatie staat er uit voorzorg, en dat is een belangrijk verschil om te kennen voordat u erover leest op een forum.
Welke bepalingen hierbij horen
Drie bepalingen komen in dit verhaal steeds terug. De tabel zet kort naast elkaar wat ze meten en waar ze aan raken.
| Bepaling | Wat het meet | Waar het aan raakt |
|---|---|---|
| TSH | Aansturing vanuit de hypofyse | Vaak het eerste signaal dat de schildklier moeite heeft |
| Vrij T4 | Beschikbaar schildklierhormoon in het bloed | Onderscheidt een subklinisch beeld van een uitgesproken tekort |
| Anti-TPO | Antistoffen tegen schildklierweefsel | Wijst richting een auto-immuunoorzaak zoals Hashimoto |
Wat u hiermee kunt
Houdt uw gewicht al maanden stand terwijl u kouwelijk en moe bent, dan is een schildklierbepaling een redelijk gesprek met uw huisarts. Wij zouden zelf beginnen bij TSH en vrij T4, en anti-TPO pas toevoegen als de TSH afwijkt.
Start u een GLP-1 traject, dan kunt u die waarden meenemen in een nulmeting. Dan is er over drie maanden iets om mee te vergelijken, in plaats van een los getal zonder context.
Elk bloedtestresultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.
Bronnen
- Knudsen N, Laurberg P, Rasmussen LB, et al. Small differences in thyroid function may be important for body mass index and the occurrence of obesity in the population. J Clin Endocrinol Metab, 2005. PMID 15870128.
- Stott DJ, Rodondi N, Kearney PM, et al. Thyroid hormone therapy for older adults with subclinical hypothyroidism (TRUST). N Engl J Med, 2017. PMID 28402245.
- Wilding JPH, Batterham RL, Calanna S, et al. Once-weekly semaglutide in adults with overweight or obesity (STEP 1). N Engl J Med, 2021. PMID 33567185.
- Farmacotherapeutisch Kompas, monografieën semaglutide en tirzepatide.
- Thuisarts.nl, ik heb een te langzaam werkende schildklier.
Auteur
SlimmerLab
Dr. Naimi, BIG-geregistreerde arts, ziet toe op de medische standaarden achter onze content en beoordelingen. Lees ons medisch beleid